Aandelenverdeling in een start-up: waarom 50%-50% niet werkt

Zodra een start-up van een idee naar een echt bedrijf overgaat, komt onvermijdelijk de vraag: hoe verdelen we de aandelen? Meestal wordt er gekozen voor een gelijke verdeling, want: ‘We werken er allemaal even hard aan’ en ‘Hoe zouden we het anders moeten doen?’ Dus als er twee founders zijn, krijgen beiden 50%.

Een groot aantal start-ups haalt de eindstreep niet. Deels doordat het idee niet perfect was of dat er tegenslag was in de uitvoering, maar vaak ook door interne ruzies en discussies over aandelen en zeggenschap. In dat geval komt er geen winst, besluiten de founders te stoppen met investeren, en zijn de investeringen tot dan toe verloren…

Start-up cooperatie          òf        Aandelen verhouding

Volgens een onderzoek van Forbes stopt bijna de helft van de start-ups vanwege discussies bij de founders en omdat het lastig is om aan cash te komen. Een 50%-50% verdeling (of welke gelijke verdeling dan ook) werkt je dan tegen, om de volgende redenen:

1. Het loopt altijd anders dan je denk

Als je de aandelen gelijk verdeelt, ga je er ook vanuit dat iedereen evenveel bijdraagt. Dat kan best de intentie zijn, maar wat als iemand ziek wordt, op huwelijksreis moet, de aanbieding van zijn leven krijgt of gewoon geen zin meer heeft? Krijgt die persoon dan nog steeds zijn deel?

Of stel dat je een verdeling van het werk hebt gemaakt. Janette doet de commercie, Erik de techniek. Nu blijkt dat er nog een extra techneut nodig is, en die wil je met aandelen betalen. Gaat dat dan van Eriks aandelen af, of dragen beide founders bij?

Je weet dus nooit van tevoren hoe het gaat lopen, dus dan kun je maar beter een flexibele structuur hebben waarin geregeld is hoe je met wijzigingen om gaat.

2. Naast tijd heb je ook cash nodig

Met enkel een idee overtuig je nog geen angel investor. Je moet een demo hebben, een prototype, misschien zelfs al wel een patent. Af en toe moet je iemand inhuren of een aanschaf doen. Of reizen, of een ruimte huren. Inbreng van tijd is dus niet voldoende, er is ook geld nodig.

De vraag is of alle founders een gelijk deel aan geld kunnen opbrengen. Want zodra de één meer bijdraagt dan de ander(en), of je haalt het bij een derde, dan komt de volgende vraag: hoe waardeer je jullie tijd ten opzichte van contant geld? Je krijgt dan discussie over uurtarieven en de waarde van ieders bijdrage. 50%-50% is dan opeens niet meer voldoende.

3. De discussie over ieders waarde komt toch wel

Een gelijke verdeling afspreken is heel gemakkelijk. Je hoeft geen discussies met elkaar aan te gaan over de waarde van ieders bijdrage. Met 50%-50% ben je snel klaar. Aan het begin in elk geval…

Maar op een gegeven moment komt eerst de onvrede, en dan de discussie. Je hebt het gevoel dat je meer doet dan de anderen. Het was eigenlijk jouw idee dat nu succesvol wordt, of juist jouw keuzes in de ontwikkeling die bepalend waren. En waarom kan Julia een business class ticket naar New York declareren terwijl ik per trein naar Frankfurt moet?

Als je deze discussies gaat krijgen na een half jaar hard werken en investeren, dan speelt alles meteen hoog op. Als je de discussie meteen aan het begin voert, en met elkaar flexibele afspraken maakt, dan weet iedereen waar ‘ie aan begint. Dat is misschien even een vervelend moment, maar het redt uiteindelijk vriendschappen.

Hoe verdeel je de aandelen op een eerlijke wijze?

Met economie leer je: winst is de beloning voor ondernemersrisico. En ondernemersrisico is ergens geld of tijd in steken, zonder garantie dat het ook daadwerkelijk wat oplevert. Investeren dus.

Zolang een start-up nog niet al zijn kosten en salarissen kan dekken, ben je aan het investeren. En wie het meest investeert mag later ook de meeste winst krijgen en heeft de meeste zeggenschap.

De essentie is om die verdeling van winst en zeggenschap niet van tevoren vast te leggen, maar steeds aan te passen aan hoeveel iedereen daadwerkelijk investeert. Tijd vertaal je met een uurtarief in geld, en de investeringen in cash tel je er bij op. En als je 60% van de investeringen hebt gedaan, dan krijg je ook 60% van de winst zodra die komt.

Dit concept past niet in een BV, of je moet ongeveer elke maand terug naar de notaris om de aandelenverhouding te wijzigen. Het concept past wel in een coöperatie, die je vergelijkbaar met een BV kunt inrichten, maar die wel deze flexibiliteit heeft. Zie de beschrijving van de start-up coöperatie.

Ervaringen tot nu toe

Het concept van de flexibele aandelenverdeling bestaat al veel langer en is beschreven door Mike M0yers in zijn boek ‘Slicing Pie’. In Nederland bieden we het aan sinds 2016, en diverse groepen werken volgens dit concept.

In de praktijk zie je dat de aandelenverhoudingen echt verschuiven door de tijd heen. Dan werkt de ene founder weer wat meer, dan de andere. Ook is het mogelijk om er nog iemand extra bij te trekken die zichzelf gaat ‘inverdienen’. Weinig werk levert een klein percentage op van de aandelen, meer werk een groter percentage. Maar je hoeft niet iemand opeens direct een groot pakket aandelen te geven.

De meeste groepen werken met maandelijks overleg om ieders inbreng vast te leggen. Dat kan gewoon door in een staatje uren en gemaakte kosten vast te leggen en samen te ondertekenen. De gemaakte uren staan meestal niet ter discussie, wel of het werk de goede richting op gaat en nog efficiënter kan. Op die manier ben je ook echt bezig met het besturen van je bedrijf.

Meer weten?

Als je meer wilt weten over dit concept, kijk dan naar de beschrijving van de start-up coöperatie of neem contact op met Alfred Griffioen, 06-24776865. We denken graag me je mee wat voor jullie de beste oplossing is.