Sociale participatie coöperaties laten gemeenten besparen op re-integratie

In steeds meer gemeenten ontstaan participatiecoöperaties: samenwerkingen van uitkeringsgerechtigden die collectief ondernemen en zo relevante vaardigheden ontwikkelen. De activiteiten zijn heel divers: van wijkrestaurant, tuinbouw en atelier tot schoonmaakbedrijf. Het concept sluit aan bij de doelstellingen van de Participatiewet maar vraagt wel een andere instelling van de gemeenten. Voor gemeenten vormen deze coöperaties een extra instrument om hun participatie-doelstellingen te bereiken.

Onderzoek naar de eerste participatiecoöperaties

De Coöperatie expert heeft in de afgelopen jaren ruim 20 van dit soort coöperaties geholpen bij de opzet en heeft nu onderzoek gedaan naar de resultaten. Vrijwel alle coöperaties bestaan nog en zijn actief. Afhankelijk van een aantal omgevingsfactoren worden de leden ofwel geactiveerd, beginnen ze een redelijk deel van hun uitkering zelf te verdienen, of stromen ze zelfs uit naar een reguliere baan of zelfstandig ondernemerschap.

Hoe lopen de geldstromen?

De leden van de coöperatie ondernemen individueel of in groepsverband. De inkomsten komen binnen bij de coöperatie. Wat na aftrek van de kosten over blijft, wordt veelal gespaard voor opleiding of bedrijfsmiddelen van de deelnemers. Bij een aantal goedlopende coöperaties gaat een deel van het overschot terug naar de gemeente. Deze heeft hiermee een dubbel voordeel: geen verdere kosten voor re-integratie en een gedeeltelijke terugbetaling van de uitkering.

Succesfactoren liggen grotendeels bij de gemeente

Allereerst moet een gemeente ruimte scheppen aan uitkeringsgerechtigden om deel te nemen aan zo’n participatiecoöperatie, bijvoorbeeld door het opschorten van de sollicitatieplicht. Essentieel in de startfase is de mate waarin de gemeente mee zoekt naar geschikte kandidaten om deel te nemen in de coöperatie, en deze stimuleert met een vrijwilligersvergoeding. Daarnaast zijn de coöperaties die een gezamenlijk bedrijf hebben, zoals een restaurant of een fietsenwerkplaats, duidelijk succesvoller. De gemeente kan hier faciliteiten ter beschikking stellen. Tot slot heeft elke groep een bepaalde mate van begeleiding nodig, om te leren samenwerken en om ondernemersvaardigheden op te doen.

Tot drie jaar aanlooptijd, dan succes

Op basis van de onderzochte groep coöperaties lijkt het gemiddeld twee tot drie jaar te duren voordat de coöperaties succesvol worden. Door kennis en ervaring van bestaande groepen en gemeentes over te dragen naar nieuwe groepen en gemeentes, kan deze periode verkort worden. Daarmee ontstaat dan een nieuw instrument voor re-integratie en participatie.

Kijk voor het volledige onderzoek op www.cooperatieexpert.nl/onderzoek-participatie.pdf.

Voor meer informatie neem contact op met Alfred Griffioen, 06-24776865.