ZZP Coöperatie en ACM kartelverbod: een lastige combinatie?

Kunnen zzp’ers die voor dezelfde opdrachtgever werken zich verenigen in een coöperatie en zo een hoger tarief of betere condities afspreken? Dit onderwerp kwam in februari 2018 opeens in het nieuws, mede door uitspraken van Martijn Snoep, de nieuwe bestuursvoorzitter van de ACM, en door uitspraken van arbeidsrechtsadvocaten Jaap van Slooten en Jorinde Holscher.

Coöperatie goede oplossing voor zzp’ers

In het algemeen is een coöperatie een uitermate flexibele vorm om in samen te werken, en veel zzp’ers maken hier gebruik van. Bijvoorbeeld marketeers, fysiotherapeuten, projectmanagers en bouwvakkers die op deze manier in een ondernemerscoöperatie samen grotere projecten aan bieden aan hun klanten. De coöperatie heeft het contract met de klant, en huurt voor de uitvoering de eigen leden in.  Als er winst overblijft, dan wordt dit onderling verdeeld.

Hierbij is wel belangrijk dat de zzp’ers buiten de coöperatie om ook voldoende andere opdrachtgevers hebben. Anders lopen ze het risico om niet meer als zelfstandig ondernemer aangemerkt te worden, waardoor je belangrijke belastingvoordelen kwijt raakt.

Kartelvorming bij zzp-coöperaties

Onderdeel van de mededingingswet is het kartelverbod. Het kartelverbod verbiedt:

  • concurrentiebeperkende afspraken tussen twee of meer ondernemingen;
  • concurrentiebeperkende onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen twee of meer ondernemingen;
  • concurrentiebeperkende besluiten van ondernemingsverenigingen.

Je kunt ondernemers die samenwerken in een coöperatie beschouwen als concurrentiebeperkende afspraken. De vraag is of dit erg is. Als er nog voldoende concurrentie in de markt over blijft, dan vindt ook de wetgever dit geen probleem.

Om veel discussies hierover te voorkomen, is er in de wet ook een zogenaamde bagatelregeling opgenomen: als samenwerkingen beperkt in omvang zijn, dan wordt het niet gezien als een ongewenst kartel.

Het kartelverbod is in zijn geheel niet van toepassing op een afspraak als:

Ofwel:

  • ten hoogste acht ondernemingen bij de afspraak zijn betrokken; en
  • de totale gezamenlijke omzet van de ondernemingen minder dan € 5,5 miljoen bedraagt (als de ondernemingen in hoofdzaak goederen produceren) of de totale gezamenlijke omzet van de ondernemingen minder dan € 1,1 miljoen bedraagt (als de ondernemingen niet in hoofdzaak goederen produceren).

Ofwel:

  • het een horizontale afspraak betreft en het gezamenlijke marktaandeel van de betrokken ondernemingen ten hoogste 5% is; en
  • de totale gezamenlijke omzet van de bij de afspraak betrokken ondernemingen minder dan € 40 miljoen bedraagt.

Simpel uitgelegd: je kijkt eerst hoeveel ondernemingen je hebt in je coöperatie. Als dit er maximaal 8 zijn, en jullie omzet is samen minder dan 1,1 miljoen aan diensten, dan is er geen probleem. Ben je met meer, of de omzet is groter, dan wordt de vraag relevant of je meer dan 5% van de markt in handen hebt. Voor projectmanagers, marketeers, of fysiotherapeuten moet je dan echt honderden leden in je coöperatie hebben. Voor specialistischer beroepen kan dit minder zijn. En voor deze uitzondering moet je gezamenlijke omzet minder dan 40 miljoen euro bedragen.

Coöperatie van maaltijdbezorgers of postbezorgers?

Martijn Snoep suggereert om het kartelverbod wat op te rekken om zo groepen die nu tussen ondernemerschap en werknemerschap in hangen de mogelijkheid te geven om zich te verenigen en zo betere prijsafspraken te maken met hun opdrachtgevers. Maaltijdbezorger Deliveroo bestempelt dit als ‘interessant’. Maar gaat dit idee werken?

Dat is de grote vraag. In de eerste plaats blijft de vraag bestaan of maaltijdbezorgers en postbezorgers ondernemers zijn. In onze discussies met de belastingdienst zijn hele heldere eisen aan dit ondernemerschap gesteld, specifiek voor het werken in coöperatie-verband. Als er nu al een gerechtelijke uitspraak ligt dat maaltijdbezorgers bij Deliveroo werknemers moeten zijn, dan lijkt dit ondernemerschap moeilijk hard te maken.

Wel kunnen deze groepen bezorgers (en andere zzp’ers) zich verenigen in werknemerscoöperaties. Die gelden als één onderneming en kunnen vrijelijk onderhandelen met hun opdrachtgevers. Maar als werknemer in een coöperatie vervallen alle ondernemersvoordelen, en daarmee de mogelijkheid om een laag tarief aan te bieden.

Daarbij zien we dat voor het opzetten van een coöperatie er iemand het initiatief moet nemen. En het bij elkaar brengen van een groep die echt onderhandelingsmacht heeft, is best wel een klus. Daarmee zijn er dus geen kartel zorgen voor het gros van de echte ondernemerscoöperaties, maar ook geen perspectief voor dit soort ‘bezorgerscoöperaties’