Gebiedscoöperatie maakt belangen helder en bespreekbaar

Gebiedscoöperaties dienen doelen die over een geografisch begrensd gebied gaan. Meestal van een flink aantal kilometers. Een paar voorbeelden:

  • In gebiedscoöperatie Westerkwartier ondersteunen onderwijsinstellingen en overheid binnen een gebied de innovatie van (agrarische) bedrijven en in Appelscha zetten verschillende initiatieven en recreatieondernemers samen het gebied toeristisch op de kaart.
  • Met Coöperatie ‘Binnenvelds Goed’ in Wageningen willen omwonende samen grond aankopen en verpachten aan een biologische boer voor biologische tuinbouw en een natuur- en wandelpad.
  • In het Buijtenand van Rhoon gaan boeren, natuurverenigingen en recreatieondernemers samen, in opdracht van de provincie het landschap natuur-inclusief ontwikkelen en beheren met behoud van het cultuurhistorische karakter.

In andere gebieden promoten initiatieven, al dan niet samen met de gemeente, de activiteiten in hun (groene) gebied.

Geen blauwdruk

Gebiedscoöperaties zijn niet met een ‘standaard’ in te richten. Elke coöperatie is anders, heeft een eigen doel, andere belangen en deelnemers/ leden. In een coöperatie worden de vaak heel verschillende belangen van leden bespreekbaar, door samen een duidelijk doel te verwoorden en door naar buiten en naar binnen de rol van opdrachtgever en opdrachtnemer helder te maken.

Buijtenand van Rhoon

In het Buijtenand van Rhoon gaan boeren, natuurverenigingen en recreatieondernemers samen, in opdracht van de provincie het landschap natuur-inclusief ontwikkelen en beheren met behoud van het cultuurhistorische karakter. Het gebied is bij de aanleg van de 2eMaasvlakte aangewezen als natuur-compensatie-gebied. Provincie, natuurverenigingen, boeren, gemeente, inwoners en recreatie ondernemers hebben samen een streefbeeld opgesteld. De provincie trekt zich terug in haar rol van opdrachtgever.

Advies en proces

Karin Vosters en Petra Kroon hebben de werkgroep van 2 boeren, een lokale en een regionale natuurvereniging, de provincie en een onafhankelijk projectleider gedurende een jaar ondersteund. Karin heeft de werkgroep geadviseerd over de besluitvorming, taken en bevoegdheden van de leden en het bestuur. Samen met de werkgroep zijn de statuten opgesteld en een eerste ledenovereenkomst uitgewerkt. Petra heeft de groep ondersteund bij het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst met de provincie.

Vorm volgt samenwerking

In de opbouwfase heeft gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon een onafhankelijk bestuurder die in het eerste jaar een ondersteunende staf gaat vormen en een bestuur, gekozen uit de leden. Leden zijn alleen ondernemingen. Alle besluiten binnen deze coöperatie worden met consent genomen. Dat is in de statuten verankerd. Consent is het geen-bezwaar-beginsel. Het geeft ruimte aan de verschillen tussen betrokken partijen in belangen en expertise. Consent bevordert de gelijkwaardigheid en voorkomt ingewikkelde stem-punten-verdelingen en aanpassingen daarin. Als een van de partijen geen consent geeft aan een algemeen voorstel, heeft de groep er belang bij om samen oplossingen te vinden voor de ingebrachte bezwaren.

In juni is gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon u.a. opgericht en op 13 juli was de eerste Algemene ledenvergadering. Er zijn reeds 17 leden.  Zie de website.

Omgevingswet

Gemeenten en provincies zoeken naar vormen om de inspraak en betrokkenheid van belanghebbenden, inwoners en bedrijven bij de inrichting van stedelijke en landelijke gebieden. Soms zijn ze partij als deelnemer en vaak als opdrachtgever of wegbereider. Wij denken dat de gebiedscoöperatie een heel geschikte vorm is om de vaak heel verschillende belangen en expertises samen te brengen. Voor een uitgebreid overzicht van soorten coöperaties klik hier.

Meer weten?

Karin Vosters is als bestuurskundige en adviseur besluitvormingsprocessen betrokken bij de Coöperatie expert. Petra Kroon is adviseur overeenkomsten voor de Coöperatie expert en heeft een achtergrond als arbeidsrecht jurist.

Wooncoöperatie nog sterk in ontwikkeling

De wooncoöperatie is een relatief nieuwe ontwikkeling, alhoewel je ook kunt zeggen dat eigenlijk niets nieuws is ten opzichte van de vroegere woningbouwverenigingen. Dat zijn nu overigens vrijwel allemaal stichtingen, en om de verwarring compleet te maken heten ze nu vaak ‘woningbouwcorporatie’.

Beheercoöperatie en eigendomscoöperatie

De vorm die met de laatste wijziging van de woningwet is geregeld is de beheercoöperatie. Een collectief van 5 huurders met een inkomen onder een bepaalde grens mag de verhuurder vragen om het dagelijks beheer van hun woningen over te nemen. De verhuurder moet hieraan meewerken en zelfs 5000 euro aan advieskosten bijdragen.  Deze vorm is het minst complex.

Lastiger is het vormen van een coöperatie die het eigendom heeft van een aantal woningen en ze aan de leden verhuurt. Enerzijds lijkt dit op een vereniging van eigenaars, maar er is een groot verschil: het eigendom geldt niet per woning, maar voor alle woningen samen. En dat geeft een aantal problemen die nog niet allemaal opgelost zijn:

1. Gewoon geld versus maatschappelijk geld

Op dit moment zijn wooncoöperaties nog in een experimenteerstadium. Gemeenten of woningbouwcorporaties willen hier vaak aan meewerken, met name waar het gaat voor speciale doelgroepen. Het plan is dan om vastgoed tegen gunstige condities over te dragen, dus onder de marktwaarde. De overheid draagt dan bij met ‘maatschappelijk’ geld. Maar dat geeft het risico dat de nieuwe eigenaren gezamenlijk kunnen besluiten om de al het vastgoed te direct na overdracht te verkopen, tegen de (hogere) marktwaarde. Dit maakt dat er dan in de coöperatie allerlei waarborgen nodig zijn.

Financiering

Vastgoed financier je meestal met hypothecaire leningen. En wanneer de bank geld uitleent aan een particulier, dan heeft de bank het vastgoed als onderpand, maar ook de toekomstige verdiensten van de leningnemer om een eventuele restschuld af te betalen. Als het vastgoed van een woningcoöperatie is, waar moet de bank dan heen om zijn restschuld te innen? En zegt niet plotseling iedereen het lidmaatschap van de coöperatie op? Dit maakt dat banken minder toeschietelijk zijn met hypotheken.

3. Voor wie is de overwaarde?

Vastgoed wordt in de regel meer waard in de loop van de tijd en rendeert vaak beter dan andere beleggingen. Maar als er gedurende 20 jaar huurders zijn geweest die lid zijn van de coöperatie en daaraan bijdragen, van wie is dan na 20 jaar de overwaarde? Bij een coöperatie geldt dat deze in de basis van de leden is. En dan komt de vraag wie er lid mogen worden en of deze leden ook geld moeten inbrengen. Neem je deel in een in waarde stijgende vastgoedportefeuille en moet je daar dan ook weer uit als je verhuist? Of kun je ‘investerend’ lid blijven en huur vangen van een huurder die geen geld meebrengt. Hier zit nog veel complexiteit in.

Voor alle problemen is een oplossing

Zoals aangegeven: wooncoöperaties zijn in ontwikkeling. En de Coöperatie expert denkt daar graag aan mee, vanuit de wettelijke kaders, maar ook vanuit hoe het praktisch kan werken tussen mensen die samen hun woonomgeving willen vormgeven. Bel Karin Vosters op 06-20407824.

Medewerkersparticipatie en personeelsaandelen: hoe regel je dat?

Je kunt zeggen dat je naar je medewerkers luistert, en hun mening op allerlei manieren in de besluitvorming meenemen, maar als je medewerkers ook aandeelhouder worden in het bedrijf, telt de betrokkenheid pas echt.

Zeggenschap, winstdeling of allebei?

De meeste bedrijven kiezen in eerste instantie voor een winstdelingsregeling of een variabele bonus. De inkomsten voor de medewerker zijn dan fiscaal gezien gewoon extra loon. De medewerker heeft geen zeggenschap, maar wel is het mogelijk bij een bonus om specifieke doelstellingen aan te geven. Bij een winstdeling is dat anders, dan telt alleen het totaalresultaat van het bedrijf.

Winstdeling versus aandelen

Bij een winstdeling wordt over het algemeen gekeken naar het feitelijke bedrijfsresultaat van dat jaar, niet zozeer naar de waardestijging van het bedrijf. Bij veel startende bedrijven zal de winst in het begin beperkt zijn, of er is zelfs verlies. Bij meer gevestigde bedrijven kan de winst variëren door incidentele posten.

Op het moment dat je praat over de toekenning van aandelen neem je ook de waardestijging van de onderneming mee. En die is vaak belangrijker dan de winst in een bepaald jaar. Maar hoe regel je dat handig? Soms heeft een bedrijf maar 100 aandelen, afhankelijk van wat er bij de oprichting is vastgelegd. En die kun je alleen splitsen als je naar de notaris gaat.

Economisch en juridisch eigendom

Bij een economisch eigendom van de aandelen verplicht de eigenlijke aandeelhouder zich om alle uitgekeerde dividenden en verkoopwinsten af te staan aan de economisch eigenaar van de aandelen, wat dan de medewerker zal zijn. Dit regel je met een verkoopovereenkomst en hiervoor hoef je niet naar de notaris. Wel zit de verkopende aandeelhouder, die de juridisch eigenaar is, als een partij tussen de het bedrijf en de medewerker.

Wil je ook het juridisch eigendom goed regelen, dan kun je de aandelen bij de notaris overdragen. De notaris rekent hier elke keer wel kosten voor. Een alternatief is om een deel van de aandelen onder te brengen in een aparte, daarvoor opgerichte rechtspersoon. Deze geeft dan certificaten van aandelen uit, en zet alle dividenden en verkoopwinsten direct door. Doordat er niets anders in deze rechtspersoon gebeurt, is het risico voor de certificaathouders (de medewerkers) dat ze hun geld niet krijgen veel kleiner.

Doordat certificaten deelbaar zijn en veel gemakkelijker over te dragen dan aandelen, voorkom je dat je elke keer terug moet naar de notaris bij een wijziging.

STAK of Coöperatie: geen of wel zeggenschap

Die rechtspersoon die aandeelhouder wordt in het bedrijf kan een stichting zijn. Je hebt het dan over een STichting Administratie Kantoor (STAK). Het bestuur van de STAK wordt traditioneel gevormd door de grootste aandeelhouders van de onderneming. Zo zorgen ze dat de STAK nooit tegen kan stemmen.

Een meer moderne vorm is om een coöperatie op te richten. De medewerkers die meedoen in het aandelenplan worden dan lid van de coöperatie, met stemrecht naar rato van hun investering. Samen bepalen ze welk standpunt de coöperatie in moet nemen in de aandeelhoudersvergadering, bijvoorbeeld over de uitkering van het dividend. Dit geeft een grotere betrokkenheid.

In beide gevallen worden eventuele verkoopwinsten bij de verkoop van de aandelen of het gehele bedrijf verdeeld over de medewerkers naar rato van hun aantal certificaten. Op deze manier worden ze vergelijkbaar behandeld als aandeelhouders.

 

Aandeelhoudersovereenkomst overbodig bij coöperatie in plaats van BV

Een aandeelhoudersovereenkomst is een contract tussen de aandeelhouders waarin je afspraken kwijt kunt die je niet zo snel in de statuten van een BV zet. Maar is zo’n overeenkomst altijd wel nodig?

Model aandeelhoudersovereenkomst als automatisme

Veel juridisch werk is eigenlijk het knippen en plakken van blokken tekst, waarbij iedereen zich bij zijn eigen deeltje van het werk houdt. Bij de oprichting van een BV zorgt de notaris voor de statuten, het liefst volgens een standaard model waarbij alleen nog maar de aandeelhouders en de typen aandelen ingevuld hoeven te worden. De meeste notarissen, en zeker degenen die een BV voor minder dan 500 euro oprichten, leveren geen maatwerk op de akte. Dat moet je maar regelen in de aandeelhoudersovereenkomst.

Een jurist levert dan een model aandeelhoudersovereenkomst, waarin soms dingen staan die de bepalingen uit de statuten weer ontkrachten. Waar de statuten zeggen dat je een nieuwe bestuurder met meerderheid van stemmen kunt benoemen, regelt de aandeelhoudersovereenkomst bijvoorbeeld dat iedere aandeelhouder een bestuurder mag benoemen, en dat de rest daar niet tegen mag stemmen. Vreemd eigenlijk…

Omdat de jurist ook ‘waar voor z’n geld’ moet leveren, krijg je vaak nog een reeks andere clausules cadeau in je concept aandeelhoudersovereenkomst. De vraag is of al die clausules nodig zijn. Maar discussie erover kost vaak weer tijd en dus geld, dus alle ‘drag-along’ en ‘tag-along’ bepalingen komen er automatisch in.

Coöperatie als alternatief voor de BV

De laatste tijd is er meer aandacht voor het oprichten van een coöperatie in plaats van een BV. De reden hiervoor is dat wijzigingen van eigenaren en hun investeringen veel gemakkelijker door te voeren zijn: je hoeft niet elke keer naar de notaris. Ook is het mogelijk om winst uit te keren naar rato van daadwerkelijke inzet in plaats van de vastgestelde aandelenverhoudingen.

Er is veel meer dwingende wetgeving rond de BV dan rond de coöperatie. Dat betekent dat je ook veel meer ruimte hebt in de statuten van een coöperatie om maatwerk te leveren. Je kunt dan ook prima alle zaken die je in een aandeelhoudersovereenkomst wilt vastleggen in de statuten zetten. Als er getallen of percentages zijn die je met instemming van iedereen wilt kunnen aanpassen, kan dat in een apart reglement, zodat je ook daarvoor niet terug hoeft naar de notaris.

Integratie van statuten en aandeelhoudersovereenkomst voorkomt problemen

Het spreekt voor zich dat als je één document hebt in plaats van twee, dat er veel minder verwarring op kan treden over de daadwerkelijke afspraken. Zeker als je dat ene document, de statuten, in heldere en moderne taal opstelt en geen overbodige dingen erin zet. Het is dat voor alle investeerders meteen duidelijk.

Dit is waar we je graag mee helpen. Neem contact op met Alfred Griffioen via 06-24776865 of met Petra Kroon via 06-21591329‬.

Werknemersparticipatie in een STAK of in coöperatie?

Veel ondernemers willen hun medewerkers bij hun bedrijf betrekken, bijvoorbeeld door ze aandelen in het bedrijf te geven. Deze medewerkersparticipatie wordt vaak geregeld via een STAK.

STAK: STichting Administratie Kantoor

Bij een STAK-opzet wordt er een stichting opgericht die een deel van de aandelen van het bedrijf in bezit krijgt. De medewerkers krijgen vervolgens certificaten van aandelen, die wel recht op winst geven, maar geen zeggenschap. De ondernemer zelf, of een selecte groep aandeelhouders of managers, vormen het bestuur van de STAK, dus de STAK zal nooit een afwijkend standpunt innemen in de besluitvorming. Meestal blijft het aandelenkapitaal van de STAK ook beperkt tot 10 of 20% van het totaal.

Medewerkersparticipatie in een coöperatie

Als je je medewerkers echt serieus neemt, dan geef je ze ook zeggenschap naar rato van hun investering of als bonus opgebouwde participatie. Nu kan het lastig zijn om grotere groepen medewerkers direct aandelen in het bedrijf te geven, omdat je dan veel mutaties hebt waarvoor je steeds naar de notaris moet. Het is dan handiger om dit te kanaliseren via een coöperatie, die de aandelen van de medewerkers in bezit heeft. Deze coöperatie kan net als een STAK certificaten van aandelen uitgeven.

Het verschil is dat de medewerkers gezamenlijk, naar rato van hun certificaten, hun standpunt bepalen en dit via de coöperatie inbrengen in de aandeelhoudersvergadering. Hierdoor hebben zij daadwerkelijk invloed.

Wanneer een medewerker vertrekt kan hij zijn certificaten desgewenst aan een andere medewerker verkopen. De coöperatie kan hier een bemiddelende rol in spelen. Kleine aantallen of zelfs fracties van aandelen leveren geen administratief probleem op.

Verschillende coöperaties voor verschillende belangengroepen

Naast medewerkers kunnen er ook andere belangengroepen zijn die mogelijk in de onderneming willen investeren. Bijvoorbeeld afnemers, of via crowdfunding een grote groep kleinere financiers. Het is aan te raden om investeerders met vergelijkbare belangen zoveel mogelijk in eigen coöperaties onder te brengen.

Corporatie en coöperatie, wat is het verschil?

De termen corporatie en coöperatie worden vaak verwisseld. Dat is niet verwonderlijk als je naar de historie kijkt. Een korte uitleg:

Coöperatie

Een coöperatie is een rechtsvorm die vergelijkbaar is met een vereniging: er zijn leden met een gemeenschappelijk belang, en door samen te werken bereiken ze dit. Bij een vereniging is er geen winstoogmerk, het gaat om ontspanning of een maatschappelijk doel. Bij een coöperatie werken de leden samen voor hun economische behoeften: vaak is dit om winst te maken, of om producten goedkoper in te kopen. Bij de vereniging en de coöperatie wordt het bestuur gekozen door de leden.

Corporatie

De term ‘corporatie’ wordt het meest gebruikt in de woningbouw: er zijn talloze woning(bouw)corporaties. Vroeger waren dit vaak ook verenigingen of coöperaties, met grote aantallen leden die samen hun woningen bouwden en onderhielden. Toen de coöperaties steeds groter en professioneler werden, veranderde de rechtsvorm vaak naar een stichting: een beperkt aantal bestuurders heeft het voor het zeggen, en als er een bestuurder vertrekt dan kiezen de overgebleven bestuurders een nieuwe.

Wooncoöperatie

De wooncoöperatie is eigenlijk weer opnieuw geïntroduceerd met de woningwet van 2015. Een wooncoöperatie is een vereniging die haar leden in staat stelt om de door hen bewoonde woningen zelfstandig te beheren en te onderhouden. Voorwaarde is dat er ten minste vijf dicht bij elkaar wonende huurders van corporatiewoningen zijn die dit willen. Het gaat dus in dit geval niet om het eigendom van de woningen, maar alleen om het beheer ervan.

Bij een wooncoöperatie is het idee dat de huur lager kan zijn omdat de bewoners het onderhoud en beheer zelf uitvoeren of gerichter kunnen inkopen dan de woningcorporatie die de woningen in bezit heeft. Er zijn diverse waarborgen en verdere randvoorwaarden in de wet ingebouwd.

Bedrijfsverkoop en bedrijfsoverdracht aan medewerkers

Als de waarde van je bedrijf vooral bestaat uit goodwill, ofwel je klantenkring, referenties en de kwaliteit van je medewerkers, dan is bedrijfsoverdracht aan een vreemde koper soms lastig. Deze kent niet de specifieke marktkansen en de relatie met je klanten.

Je medewerkers weten dat wel. Zij zijn betrokken en zouden eigenlijk de ideale kopers van je bedrijf kunnen zijn. Maar vaak hebben individuele medewerkers onvoldoende vrij vermogen om jou een goede prijs te bepalen.

Bundel veel kleinere kopers in een coöperatie

In plaats van een management buy-out, waarbij je het bedrijf verkoopt aan een paar managers, kun je ook kiezen voor een medewerkers buy-out, waarbij een groter deel van je medewerkers het bedrijf overneemt. Met name voor bedrijven met 20 tot 200 medewerkers kan dit een goede optie zijn. Niet iedereen hoeft mee te doen, en medewerkers kunnen eventueel ook in tranches of later instappen. Maar de richting is duidelijk: jij verkoopt je aandelen en zij kopen aan.

Om dit flexibel te houden is het handig om een financieringscoöperatie op te richten. Iedere medewerker die mee wil doen, of dat nu met 1000 euro is of met 100.000, wordt lid van de coöperatie en brengt zijn geld in. De coöperatie koopt hiermee in een aantal porties aandelen van de zittende eigenaar of eigenaren. Dit kan heel gecontroleerd gebeuren, en ook verspreid over een aantal jaren.

Formeel geregeld? Nu aan de slag!

De medewerkers oefenen via de coöperatie zeggenschap uit in het bedrijf. In eerste instantie zal het belang van de coöperatie beperkt zijn, en daarmee de zeggenschap ook. Maar op een gegeven moment kan de coöperatie de doorslaggevende stem krijgen, of zelfs de dominante stem. Dat vergt dan ook nieuwe vaardigheden van de medewerkers, die gezamenlijk de koers van het bedrijf moeten bepalen, en bijvoorbeeld ook moeten beslissen over arbeidsvoorwaardenbeleid.

Op het moment dat de coöperatie meer dan 50% van de aandelen bezit, kun je gaan kijken of je het bedrijf niet moet omvormen tot een werknemerscoöperatie. Dat scheelt een laag in de besluitvorming.

Meer weten? Neem contact met ons op!

Als je meer wilt weten, neem dan contact op met Alfred Griffioen, 06-24776865, of alfred.griffioen@cooperatieexpert.nl.

Elinor Ostrom’s ‘Governing the Commons’ vertaald naar coöperaties

De VPRO heeft op 1 april 2018 een Tegenlicht aflevering uitgezonden met als titel ‘Ons gemeengoed‘. De centrale vraag daarin was of collectieven op een goede wijze een gemeenschappelijk bezit kunnen beheren, of dat de individuele belangen snel de overhand nemen. Dit werd daarin door hoogleraar Tine de Moor toegelicht.

The tragedy of the commons

Aan de ene kant werd verwezen naar ‘The tragedy of the commons‘ van Garrett Hardin, die er van uit gaat dat elke ‘Homo Economicus’ maximaal gebruik maakt van gezamenlijke middelen, bijvoorbeeld een put of een weide, zelfs als die middelen hierdoor uitgeput raken. Het hiervoor geschetste alternatief is privatisering: als één partij het gemeenschappelijke goed beheert, en iedereen betaalt voor wat hij of zij afneemt, dan is er dus niets meer gratis en nemen mensen alleen dat af wat ze echt nodig hebben.

Governing the commons

Hier tegenover werd het onderzoek gepresenteerd van Elinor Ostrom. Zij heeft een groot aantal gemeenschappen bezocht die hun bezit deelden en toch op goede wijze wisten te beheren. Te denken valt aan visgronden of bossen, of irrigatiesystemen op sawa’s, maar vertaald naar onze economie kan het ook een infrastructuur of netwerk zijn, of een gemeenschappelijk fonds.

Uit het onderzoek van Elinor Ostrom kwamen acht basisprincipes voor het beheer van dit soort gemeenschappelijke goederen. Dit heeft ze verwoord in haar boek ‘Governing the commons‘.

  1. Duidelijke definities van wat de gemeenschappelijke middelen zijn en wie de gebruikers zijn
  2. De regels zijn geschreven op de lokale situatie
  3. Gemeenschappelijke besluitvorming door de bezitters
  4. Zorg dat de gemeenschappelijke zeggenschap erkend wordt door de autoriteiten en overheden buiten de groep
  5. Er is een systeem om het gedrag van elke gebruiker te monitoren
  6. Er zijn steeds zwaarder wordende sancties voor diegenen die de regels overtreden
  7. Goedkope en laagdrempelige arbitrage bij geschillen
  8. Voor grootschalige commons bronnen een gelaagd systeem met lokale groepen

Vertaling naar coöperaties

Een deel van deze principes is al ingebed in de samenwerkingsvorm van een coöperatie:

  • De gemeenschappelijke goederen zijn eigendom van de coöperatie: dit is geregeld met het wettelijk eigendomsrecht (mits het eigendom formeel is overgedragen) en het verenigings/coöperatie recht geeft de basis voor hoe mensen lid van de coöperatie en daarmee gecombineerd eigenaar en gebruiker kunnen worden (principe 1).
  • De coöperatie ken een gemeenschappelijke besluitvorming in de algemene ledenvergadering of ledenraad (principe 3).
  • De gemeenschappelijke zeggenschap is wettelijk erkend (principe 4) en via de rechter is er een arbitrage mechanisme (principe 7). Dit arbitrage mechanisme is echter niet laagdrempelig.

Daarnaast is bij elke groep een hoeveelheid maatwerk nodig. Principe 2 geeft dit al aan. Voor elke situatie moet je kijken wat het economisch belang van de individuele leden is, wat het gemeenschappelijke of zelfs maatschappelijke belang is, en wanneer dit samenvalt of conflicteert. Wij zien dat de vertaalslag van deze belangen in statutaire of contractuele regels vaak de kern is van onze advisering.

Het economische belang van de coöperatie

Een coöperatie is een rechtsvorm voor het realiseren ‘de economische behoeften van de leden’. Het grote verschil met een vereniging is dat er transacties zijn tussen de coöperatie en de leden. Dat kan zo simpel zijn als het halen van water uit een gemeenschappelijke put tot het afnemen van hoogwaardige diensten. Of het gebruik maken van de marketing en verkoopkracht van een coöperatie.

In veel gevallen is er een ledenovereenkomst die de transacties regelt tussen het lid en de coöperatie: hoeveel mag je van de coöperatie afnemen, betaal je daarvoor, op welke manier moet je in activiteiten bijdragen? Vaak zijn de rechten en verplichtingen wel opgenomen, maar de monitoring en de sancties niet. Dit is ook niet het meest prettige onderwerp om over te praten en consensus te krijgen, maar voor een langdurig succesvol beheer wel essentieel (principes 5 en 6). Het instellen van een soort Raad van Arbitrage kan met name voor grotere collectieven een goede keus zijn, bij kleine groepen is er daarvoor vaak teveel belangenverstrengeling, en val je dus terug op de rechter (principe 7).

Bij grotere collectieven raken de leden vaak de binding met de gemeenschappelijke organisatie kwijt, bijvoorbeeld bij melkveehouders coöperaties waar de leden een ledenraad kiezen, die dan weer een raad van bestuur controleert, met daaronder een grote organisatie. Een gelaagd systeem van inspraak (principe 8) biedt dan een oplossing. Dit kan erg goed met de kringengedachte uit de sociocratie. Ook die kringen vallen goed in te bedden in een coöperatie.

Samenwerken in een ‘common’

Als het belang van de leden bij de coöperatie puur economisch is, dan is dit vaak goed vorm te geven in statuten en contracten. Dat laat onverlet dat een groep wel op een goede manier met elkaar moet leren samen te werken.

In relatief kleine gemeenschappen, zoals Elinor Ostrom deze heeft onderzocht, zijn er veel andere structuren die het gedrag van mensen bepalen. Je zit in de ‘common’ met je oom, de buurman of de leverancier van je schapen, mensen die je kent, en dat dwingt lange termijn gericht gedrag af, ook waar het gaat over samen vergaderen. Waar het in onze individuele maatschappij gaat om meer ‘gelegenheidscollectieven’, kan het nuttig zijn om aandacht te geven aan hoe de besluitvorming plaatsvindt. Dit om te zorgen dat iedereen aan bod komt en niemand overheerst. Wellicht zou dit een soort 9e principe moeten zijn.

Wanneer een groep een maatschappelijke voorziening beheert, met name waar het gaat om vastgoed, speelt nog een ander dilemma: als het vastgoed stijgt in waarde is het plotseling voor de beheerders gezamenlijk aantrekkelijk om dit te verkopen, en het maatschappelijke doel, bijvoorbeeld van goedkope huisvesting, los te laten. Dit levert een conflict op tussen de initiatiefnemers, die mogelijk niet eens meer in de groep zitten, en degenen die van de verkoop profiteren. Dit is wel te voorkomen, bijvoorbeeld met een blijvend instemmingsrecht door de initiatiefnemers of een overheid, maar vergt wel extra aandacht.

Conclusie

Kortom: het organisatorisch inrichten van een ‘common’ is wel een klus, maar niet één zonder richtlijnen. Eerder hadden we al een blog gepubliceerd over ‘vijf belangrijke bepalingen voor coöperatie statuten‘, de ontwerp principes van Elinor Ostrom geven hiervoor nog een groter kader aan.

Klanten binden? Geef ze echte inspraak!

Hoe kun je klanten bij je bedrijf betrekken op een zodanige wijze dat ze niet snel bij je weg zullen lopen? ‘Goed naar je klanten luisteren’ is het advies wat iedere ondernemer krijgt, maar wat doe je in een omgeving met veel concurrentie? De oplossing kan liggen in het geven van echte zeggenschap.

Echte zeggenschap is meer dan een ideeënbox of advies. Belangrijke beslissingen over je portfolio, kortingstructuur, verpakking of benaderingswijze kun je prima voorleggen aan je klanten, en hen daar echte zeggenschap in geven. Als de kaders maar helder zijn.

Natuurlijk moet je wegblijven bij die onderwerpen waar van nature tegenstellingen liggen tussen de rol als klant en de rol van de ondernemer. Klanten willen lage prijzen, maar elke euro korting gaat bij de ondernemers van de winst af. Maar de keuze voor het wel of niet introduceren van een tussenmaat verpakking bijvoorbeeld, kun je prima samen met je klanten nemen.

Wie krijgen dan die zeggenschap? Bijvoorbeeld alle klanten die een bepaald minimum volume afnemen. Je kunt hun inspraak bundelen, bijvoorbeeld door ze lid te maken van een klantencoöperatie en die coöperatie zeggenschap te geven in je onderneming. Tegenwoordig kun je dit ook in een BV uitstekend doen met winstloze aandelen, die wel zeggenschap hebben. Zeker als de rest van de zeggenschap verdeeld is over meerdere personen, dan kunnen de klanten de doorslaggevende stem hebben.

In elk geval dwingt het je tot een echt serieuze dialoog met deze stakeholdergroep. En dat past ook weer prima bij meer maatschappelijk gedreven ondernemingen.

Mondragon en het succes van coöperatief ondernemen

Mondragon cooperatieOne man, one vote. Geen politieke kreet van een of andere partij maar de basis voor een van de succesvolste ondernemerscoöperaties ter wereld; Cooperacion Mondragon. Een koepelcoöperatie met met meer dan 250 bedrijven waaronder 100 coöperaties. Het gebied rondom Mondragon, een plaats van rond de 26000 inwoners in Spaans Baskenland, telt er vele. Meer dan 75000 mensen zijn werkzaam voor de bedrijven die onder de koepelcoöperatie vallen. Niet alleen in Spaans Baskenland maar wereldwijd zijn bedrijven actief.

Deze zin blijft maar in mijn hoofd rondzingen. Afgelopen najaar organiseerde ik een studiereis naar Mondragon, om de 22 deelnemers te inspireren over coöperatief ondernemen. In vrijwel elke coöperatie zijn werknemer mede-eigenaar en beslissen ze samen welke keuzes het bedrijf moet maken. Deze coöperatieve vorm van ondernemen blijkt een succes. Mondragon maakt hoogtechnologische producten en is uitgegroeid tot een multinational met vestigingen over de hele wereld. Met een eigen universiteit gaan onderwijs, ondernemen en innovatie hand in hand.

Het is een businessmodel wat al sinds de jaren 50 van de vorige eeuw, staat. Een model gebouwd op solidariteit en gelijkwaardigheid en anno nu, in een kapitalistische wereld, nog buitengewoon goed standhoudt. Grote salarisverschillen tussen werkvloer en de ‘top’ zijn er niet. Er is vastgelegd dat de hoogste baas nooit meer dan 6 x het salaris mag verdienen dan de werknemer op de werkvloer. Werknemers kunnen lid worden van de coöperatie en verkrijgen daarmee stemrecht. De eenmalige inleg bedraagt 15.000 euro. Daarmee heb je een stem en beslis je mee in de strategie van de coöperatie. Ook biedt de coöperatie een sociaal vangnet. Zo is voor ieder scholing en recht op ander werk gegarandeerd. Functioneer je niet of gaat het bedrijf failliet dan bemiddelt de coöperatie jou richting ander werk bij een van de andere aangesloten bedrijven.

Mondragon is gegroeid van een krimpregio naar een regio met voorspoed. Het gemiddelde welvaartsniveau ligt in de regio aanzienlijk hoger. Zo is het gemiddelde inkomen zo’n 11.000 euro per medewerker op jaarbasis meer dan van een gemiddelde arbeider elders in Spanje. Het eigen pensioenstelsel zorgt ervoor dat mensen ook na hun werkzame leven goed kunnen leven. Zorg is coöperatief georganiseerd en veel beter afgestemd op de vraag. Onderwijs van de lagere school tot aan de universiteit is coöperatief georganiseerd. Het zit in het systeem van de Basken in deze regio. En het werkt. Is het allemaal Halleluja? Nee, ook daar kennen ze het fenomeen van wegtrekkende jongeren naar de steden, recentelijk is voor het eerste in de historie een grote coöperatieve onderneming failliet gegaan, leden zijn daardoor hun geld kwijtgeraakt. Maar gelukkig vangt het sociale vangnet hen op en weten ze dat ze binnen twee jaar weer elders aan de slag kunnen.

Wat kunnen we nu van Mondragon leren? De belangrijkste les is dat het coöperatieve model een echt goed functionerend businessmodel is waarin net als in een BV keihard geld wordt verdiend. Een model waar medewerkers (leden) meeprofiteren van de winsten en salaris durven in te leveren in mindere tijden. Een model van solidariteit en betrokkenheid maar bovenal waardering voor- en door medewerkers. Ik geloof niet in businessmodellen met winstmaximalisatie voor aandeelhouders maar dat een ieder die meewerkt aan het resultaat van de onderneming een ‘fair share’ toekomt. Dat ze invloed hebben op de strategie en koers van de onderneming, dat een meer solidair businessmodel het model van nu maar zeker ook van de toekomst is.

Erik DoorenspleetWil je meer weten over Mondragon kijk dan deze Tegenlicht documentaire (45 minuten). Wil je zelf Mondragon ervaren, ga dan mee op studiereis die vanuit de Coöperatieexpert wordt georganiseerd. Meer informatie vind je hier.

Erik Doorenspleet, regioadviseur Noord Nederland

 

Mondragon coöperatie studiereis 12 t/m 15 maart 2019

De Coöperatie expert organiseert een studiereis naar Mondragon. U bent van harte uitgenodigd om mee te gaan naar dit voorbeeld van een zeer succesvolle coöperatie in het Spaanse Baskenland.

Mondragon: coöperatie broedplaats bij uitstek

Mondragon spreekt tot de verbeelding. Het gebied rondom dit kleine plaatsje in Spaans Baskenland, telt meer dan 260 coöperaties. De Mondragon Coöperatie is daarmee uitgegroeid tot de grootste coöperatie ter wereld. Alle coöperaties in het gebied zorgen voor ruim 75000 banen. In vrijwel elke coöperatie zijn werknemer mede-eigenaar en beslissen ze samen welke keuzes het bedrijf moet maken. Deze coöperatieve vorm van ondernemen blijkt een succes. Mondragón maakt hoogtechnologische producten en is uitgegroeid tot een multinational met vestigingen over de hele wereld. Met een eigen universiteit gaan onderwijs, ondernemen en innovatie hand in hand. Onder de Coperacion Mondragon vallen banken, overheden, multinationals, landbouworganisaties, onderwijs, zorg en nog veel meer.

Mondragon cooperatieOm bestuurders, ondernemers, overheid, onderwijs en een ieder die interesse heeft in het coöperatieve gedachtegoed te inspireren wordt een studiereis georganiseerd in maart 2019. Er is plaats voor maximaal 24 deelnemers.

Tijdens de studiereis maken we kennis met de principes van deze coöperatie die de financiële crisis goed heeft doorstaan. We brengen een bezoek aan diverse coöperaties en maken kennis met de manier waarop de coöperatie daar werkt. Wat kunnen we ervan leren en hoe is een soortelijk model te projecteren op de situatie in regio’s van Nederland. Kan vooruitgang van Nederland rondom coöperatieve organisaties verder vorm gegeven worden

Er is volop ruimte om voor vragen en in discussie te gaan over managementmodel, werknemersparticipatie, onderwijs, de werking van het financiële systeem, de rol van de overheid etc.

Reis en verblijf

We verblijven in het driesterren Hotel Mondragon in Arrasate. In het hart van het gebied. Dit is de uitvalsbasis voor onze excursies.  De prijs voor deze studiereis is 2.095 euro exclusief BTW en dit is gebaseerd op een eenpersoonskamer.

Inbegrepen: vlucht vanaf Schiphol (mits beschikbaar tegen nu geldend tarief van max 240 euro), transfer, 3 hotelovernachtingen inclusief ontbijt, diner, wijnarrangement bij diner, lunches, excursies Mondragon, reisbegeleiding, vervoer per bus etc.

Niet inbegrepen: reis en/of annuleringsverzekeringen, drankjes voor eigen gebruik.

Programma

Het programma is onder voorbehoud en zal nog nader worden afgestemd met de organisatie om specifieke deelnemerswensen daarin mee te nemen. De reis gaat door bij voldoende deelname. Het programma ziet er globaal als volgt uit:

Dinsdag 12 maart 

18:00 Verzamelen Schiphol (vluchten vanaf Brussel mogelijk)
20:35 Vertrek vanaf Schiphol met KLM
22:40 Aankomst Bilbao
Transfer naar Hotel Arrasate in Mondragon. Verwachte aankomst Hotel Mondragon rond 00.30 uur.

Woensdag 13 maart

9:30 Ontvangst Hoofdkantoor Mondragon
10:00 Transfer naar Otalara, het management en trainingscentrum voor presentatie en interactie: wat zijn de uitdagingen van de coöperatie in deze tijd.
13:30 Lunch
15:30 bezoek aan een industriële coöperatie
17:00 Einde bezoek eerste dag, retour Hotel Mondragon.
21:00 Diner

Donderdag 14 maart

9:30 Bezoek aan de universiteit van Mondragon
11:30 Presentatie MONDRAGON´s Bank LABORAL KUTXA.
13:30 Lunch Otalora
15.30 Bezoek aan onderwijsinstelling
17:00 Einde bezoek
21:00 Diner volgens typisch Spaans Baskische traditie

Vrijdag 15 maart

9:30 Bezoek aan SAIOLAN – het Company Incubation Centre. Transfer Otalora
11:30 Slotbijeenkomst, hoe kunnen we dit projecteren op de eigen situatie?
13:00 Lunch Otalora
15:00 Vertrek richting Bilbao Airport
17.10 Vertrek vanaf Bilbao Airport
21:00 Aankomst op Schiphol

 

Wat eerdere deelnemers schreven in hun evaluatie

‘een bezoek aan Mondragon geeft inzicht in een coöperatie waar zeggen en doen nog heel dicht op elkaar zit’

‘Zeer inspirerende en leerzame studiereis die je meeneemt in de geheimen van het succes van het coöperatieve model van Mondragon waardoor je geïnspireerd thuis hiermee aan de slag kan in je eigen praktijk. Zeker een aanrader.’

‘Deze inspiratiereis is een echte inspiratietip!’

‘Een eyeopener voor bestuurders, zowel profit als not -for profit’

‘In mijn 35jarige carrière als directeur en bestuurder kan ik met recht zeggen dat deze studiereis mij het meest heeft geïnspireerd van allemaal’

‘Ik gun anderen graag zoiets te beleven als wat wij hebben meegemaakt’.

Reisorganisatie

Erik Doorenspleet, regioadviseur van de Coöperatie expert organiseert deze reis. Naast zijn werk als regioadviseur is hij werkzaam als social impact adviseur. Hij heeft een verleden in de reiswereld en zet zijn expertise graag in om anderen te inspireren.

Aanmelden?

U kunt contact opnemen meet Erik Doorenspleet via erik.doorenspleet@cooperatieexpert.nl. Of volg direct deze link om u aan te melden. Ook als u vragen heeft of meer informatie wilt, kunt u uiteraard contact opnemen via bovengenoemd e-mailadres of op 06-48440604.

Medewerkers binden? Geef ze echte inspraak!

Voor bedrijven wordt het steeds lastiger om hun medewerkers te binden, of dit nu gaat om werknemers in loondienst of om freelancers. En in een aantal sectoren, waar er werk in overvloed is, is de beschikbaarheid van capaciteit essentieel.

Als je ergens wat over te zeggen hebt, dan ben je er meer bij betrokken. Werkend vanuit dat uitgangspunt moet je je medewerkers of freelancers juist mee laten beslissen over je bedrijf. In samenspraak kom je tot betere ideeën.

Een aantal onderwerpen kun je hiervan uitsluiten: de hoogte van de salarissen bijvoorbeeld, want hier is altijd een tegenstelling tussen de ondernemer en de werknemers. Ook individuele beoordeling en ontslag moet een aangelegenheid van de directie blijven. Anders wordt de zeer vriendelijke maar niet zo productieve medewerker nooit aangepakt. Hier is ook al veel geregeld in CAO’s en wetgeving, dus daar zit ook niet veel speelruimte.

Voor de rest hebben medewerkers eenzelfde belang als het bedrijf: continuïteit en groei, want groei geeft carriere-perspectief. Zolang medewerkers  niet mee-investeren, kan hun rol beperkt blijven tot zeggenschap, op het moment dat ze ook geld inleggen, is er natuurlijk ook recht op winstdeling.

Je kunt dit op verschillende manieren vormgeven. Veel bedrijven zijn al bekend met een STichting Administratie Kantoor (STAK), maar dat is juist de manier om medewerkers winstdeling te geven en geen zeggenschap. Iets wat je sinds de invoering van de Flex-BV in 2012 ook prima kunt regelen met stemrechtloze aandelen. Op eenzelfde manier kun je winstloze aandelen creëren. En als je niet bij elke personeelswisseling naar de notaris wilt, dan kun je een coöperatie oprichten voor je medewerkers, en die een bepaald percentage zeggenschap in je bedrijf geven.

Voor detacheerders van tijdelijk personeel hebben we ook wel gekeken naar een coöperatie waarin het personeel of de flexwerkers zelf over een bepaald budget mogen beschikken voor opleiding en voor gezamenlijke events. Dit is een wat minder vergaande vorm, die zeker ook interessant kan zijn.

Diverse bedrijven hebben als de overstap gemaakt van BV naar een coöperatie. Wat daarbij altijd van belang is, is het respecteren van de investering die de eigenaren tot dan toe hebben gedaan. Zij hebben hun nek uitgestoken en ondernemersrisico gelopen, en daar past ook een beloning bij. Die is op diverse manieren vorm te geven, ofwel door de verkoop van aandelen, ofwel door een afdrachtregeling over de omzet of winst. In alle gevallen zijn bedrijven ontstaan met meer betrokkenheid van degenen die er in werken.

Meer weten? Neem contact op met Alfred Griffioen, 06-24776865.

 

De beste (en onbetwistbare) naam voor je bedrijf

Als je een samenwerking aangaat, of zelf een bedrijf opzet, dan wil je naar buiten treden onder een duidelijke naam die weergeeft wat je doet. Er zijn verschillende manieren om je naam vast te leggen. Check bij voorkeur alle opties of niet iemand anders jouw naam al in gebruik heeft.

URL of website-adres

Je URL staat voor Uniform Resource Locator en is het adres op het internet waar mensen je website kunnen vinden. Bijvoorbeeld www.cooperatieexpert.nl. Dit is vaak het eerste waar je naar kijkt. Voor initiatieven in Nederland is de extensie .nl nog steeds het handigst, heb je internationale ambities dan zullen mensen eerder een .com adres verwachten. Extensies zoals .eu, .asia, of .nu kunnen ook, maar kunnen sneller tot verwarring leiden.

Coöperaties kunnen met hun inschrijving bij de Kamer van Koophandel een .coop domeinnaam aanvragen. Voor meer informatie klik hier.

Handelsnaam: doe een KvK naam check

Kamer van KoophandelAls je een coöperatie of ander bedrijf opricht, dan moet je je inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Hiervoor kies je een handelsnaam. De Kamer van Koophandel kijkt of die handelsnaam niet tot verwarring kan leiden. Alle handelsnamen kun je vinden in  het handelsregister: www.kvk.nl.

Als er al een bedrijf met dezelfde handelsnaam actief is in de regio waar jij actief wilt worden, dan zal dit vaak niet kunnen. Sommige bedrijven zijn in het hele land actief, en dan moet je dus een andere naam kiezen. Bakker Meesters in Sneek zal Bakker Meesters in Den Haag niet echt in de weg zitten. Maar als iemand al ‘De Nederlandse Servicecentrale’ heeft geregistreerd, dan kun je die naam niet meer kiezen.

Een coöperatie moet in zijn handelsnaam altijd het woord ‘Coöperatie’ of ‘coöperatief’ opnemen. ‘Coöperatieve’ wordt door de Kamer van Koophandel ook geaccepteerd. Als je een coöperatie U.A. bent, dan komen daar die letters ook nog bij. De aanduiding van wat voor rechtspersoon je bent, is niet onderscheidend genoeg. Dus als er al een Merivo BV is geregistreerd, dan kun je niet een Merivo Coöperatie U.A. registreren. Wel bijvoorbeeld Merivo Nederland Coöperatie U.A.

Check de beschikbaarheid van de handelsnaam voor de oprichting. Anders moet je wellicht weer terug naar de notaris om je naam te wijzigen. Heb je de door jou gewenste handelsnaam al geregistreerd bij een andere rechtspersoon, dan moet je ‘m mogelijk daar laten vervallen of wijzigen.

Merknaam

Het registreren van een merknaam is optioneel, maar wel belangrijk. Als je een merknaam hebt geregistreerd voor een bepaald gebied, dan kun je anderen verbieden om die naam daar te gebruiken. Zelfs als ze deze wel als handelsnaam hebben geregistreerd!

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat je problemen krijgt als je je bedrijf ‘Coca Cola Coöperatie U.A.’ noemt. Maar zo zijn er nog veel meer namen geregistreerd. Je vind alle namen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, het register vind je hier.

Bij elk merk vind je een aantal nummers, van de categorieën waarvoor dat merk geldt. Hiervoor geldt de Nice classificatie. Goederen zijn in de Nice-classificatie ondergebracht in de klassen 1 tot en met 34, en diensten in de klassen 35 tot en met 45. Elke klasse wordt aangeduid met een klasseomschrijving, die algemene informatie geeft over het type goederen of diensten dat onder die klasse valt. Bijvoorbeeld, de omschrijving van klasse 25 luidt ‘Kledingstukken, schoeisel, hoofddeksels’ en die van klasse 38 ‘Telecommunicatie’.

Een merk kan dus voor verschillende bedrijven voor verschillende klassen geregistreerd staan. Jij gebruikt wellicht ‘Splendid’ voor juridische diensten, waar een ander bedrijf dit merk gebruikt voor schoensmeer. Check dus of de categorie waar jij het merk voor wilt gebruiken nog vrij is. Een merknaamregistratie voor de Benelux kost 240 euro voor maximaal drie categorieën. Na vijf jaar moet je dit weer vernieuwen. Een internationale merknaamregistratie kost beduidend meer.

Het is niet altijd mogelijk om een merknaam te registreren voor elke categorie. Je merknaam mag namelijk niet beschrijvend zijn. Als jij ‘Legal team’ wil registreren in klasse 45, ‘Juridische dienstverlening’, dan zal dat niet lukken. In klasse 27, ‘Tapijten’, is dat geen enkel probleem. Aan de andere kant: als jij met ‘Legal team’ juridische diensten aanbiedt, dan kunnen anderen dat ook, maar niemand kan jou op basis van het merkenrecht in de weg zitten.

Conclusie

Het beste is als je een naam kunt verzinnen waar je de goede URL bij kunt vinden, waar de handelsnaam nog vrij is en waarvoor je je merknaam kunt registreren. De URL’s zijn vaak het snelst weg, dus registreer die meteen. De handelsnaam wordt meestal een dag na de oprichting geregistreerd, dus check dat nog even vlak van tevoren. Een merknaam is lastiger over te dragen, dus registreer die pas vlak na de oprichting, en dan direct op naam van je coöperatie of andere rechtsvorm.

Cooperatie De Proefschuur biedt lokale producten aan

Cooperatie de proefschuurWat wil je nog meer dan een heerlijk vers product, dat ‘om de hoek’ is geteeld? Dat kan, want onder de naam ‘De Proefschuur’ worden aardappels en groenten aangeboden die op Voorne-Putten geteeld worden. Lekker vers en van dichtbij, dus Voorne-Putten op je bord!

De inspiratie voor deze cooperatie kwam tijdens een presentatie van Annemarie van Gaal en zijn heeft recent ook de eerste tas met producten in ontvangst genomen.

Ruim 50 boeren en tuinders van Voorne-Putten doen mee aan ‘De Proefschuur’ Coöperatie. Zij zijn in staat om dagverse producten te leveren. Omdat alles lokaal geteeld wordt zijn weinig kilometers nodig om de gezonde producten bij supermarkt en cateraars te bezorgen.

De Cooperatie expert heeft de groep geholpen met de oprichting. Bekijk de video die onlangs over hen is gemaakt.

Coöperatie expert helpt Vietnamese coöperatie door te groeien

In november 2017 is onze collega Alfred Griffioen mee geweest met een missie van Agriterra om de Vietnamese coöperatie Cleverfarm te helpen met z’n verdere ontwikkeling. De coöperatie bestaat nu uit zo’n 188 leden die cashewnoten produceren en richt zich vooral op productieverbetering.

Wat nieuw is is dat de cooperatie ook een positie moet krijgen in het verzamelen en doorleveren aan de lokale fabriek. Nu doen veel handelaren dat, wat onzekerheid oplevert voor wat betreft de prijs en de wijze waarop kwaliteit wordt bepaald. Ook kan de coöperatie meer waarde toevoegen door een Certificate of Origin en door andere certificering.

Samen met nog een Nederlandse en een lokale adviseur heeft Alfred het aanbod voor de leden helderder gemaakt en de kaders gezet voor het verzamelproces en de levering aan de fabriek. Het nieuwe business model was nog niet verwerkt in de statuten, dus ook dat is aangepakt. In december is er een algemene ledenvergadering, waar de nieuwe richting formeel doorgevoerd zal worden.

Cleverfarm

Toezicht in coöperaties – verslag PIT Café op 13 november 2017

De Coöperatie expert heeft op 13 november een bijeenkomst georganiseerd over toezicht in coöperaties, samen met de NCR en het Platform Innovatie in Toezicht.

De Afrikaanderwijk coöperatie ontving ons in Het Gemaal ‘op Rotterdam Zuid’. Het is een coöperatie van ondernemers in de wijk die met en voor elkaar hun activiteiten ontwikkelen en promoten. Wijkbewoners krijgen er de kans om hun ondernemersvaardigheden te ontwikkelen. De coöperatie heeft een Raad van Toezicht.

Kernvraag van de bijeenkomst

Centrale vraag voor dit PITcafé is wat de meerwaarde kan zijn van Raad van Toezicht of Commissarissen in een Coöperatie waarin de Algemene Ledenvergadering het hoogste orgaan is. De wijze van besluitvorming is in de regel afhankelijk van omvang en aard van de coöperatie. Grote Coöperaties hebben vaak een Ledenraad die de Algemene Ledenvergadering vertegenwoordigt in samenwerking met het bestuur. De coöperatie kan een samenwerkingsverband zijn van verschillende bedrijven; BV, Stichting of andere coöperaties.

Annet van Otterloo, uitvoerend coördinator van de Afrikaanderwijk Coöperatie, nam ons mee in het verhaal van de ondernemers en inwoners van de Afrikaanderwijk coöperatie, die samen het ondernemersklimaat in hun wijk willen versterken. Grootste uitdaging is de betrokkenheid van veel verschillende leden met veel verschillende achtergronden, vaardigheden en belangen actief te betrekken bij de organisatie en ontwikkeling van de coöperatie, die uit meerdere coöperaties bestaat.

Wilbert van den Bosch gaf uitleg over verschillende type coöperaties en hun eigenschappen in termen van governance. Hij vertelde over de geschiedenis van de coöperatieve vereniging en gaf mooie voorbeelden

Karin Doms deelde haar persoonlijke ervaring als commissaris van Rabobank Utrecht; over samen-spraak met de Ledenraad en de Raad van Bestuur.

Verplicht toezicht – Meerwaarde – Ledenraad – Bestuur

In drie groepen bespraken we aandachtspunten voor coöperaties;

  • die wettelijk verplicht zijn om een Raad van Toezicht in te stellen;
  • de verhouding tussen een Ledenraad en een Raad van Toezicht en,
  • de meerwaarde van een Raad van Toezicht met externe leden naast de Algemene Ledenvergadering als hoogste orgaan van de coöperatie. 

Hieruit kwamen de volgende aandachtspunten voor Toezicht in coöperaties:

  • Hou het overzichtelijk en eenvoudig!
  • Meerwaarde van Toezicht met externe leden geeft legitimiteit maatschappelijke stakeholders en is bij inzet van publieke middelen of publieke taken zoals zorg, verplicht. Maak goede afspraken in de ALV over hoe de RvT of RvC haar rol invult en samenwerkt met een eventuele Raad van Bestuur en/ of Ledenraad.
  • Raad van Toezicht of Commissarissen biedt soms extra procesmatige, inhoudelijke, bedrijfseconomische expertise. Vraag je af of een Raad van Advies beter past, naast ALV als hoogste en toetsende orgaan.

Dank aan Wilbert van den Bosch, Annet van Otterloo en Karin Doms voor deze co-productie!  Getekend PIT partner en coöperatie expert, Karin Vosters

Sociale participatie coöperaties laten gemeenten besparen op re-integratie

In steeds meer gemeenten ontstaan participatiecoöperaties: samenwerkingen van uitkeringsgerechtigden die collectief ondernemen en zo relevante vaardigheden ontwikkelen. De activiteiten zijn heel divers: van wijkrestaurant, tuinbouw en atelier tot schoonmaakbedrijf. Het concept sluit aan bij de doelstellingen van de Participatiewet maar vraagt wel een andere instelling van de gemeenten. Voor gemeenten vormen deze coöperaties een extra instrument om hun participatie-doelstellingen te bereiken.

RTL nieuws heeft op 19 november 2017 hier een interessant item over uitgezonden:

Onderzoek naar de eerste participatiecoöperaties

De Coöperatie expert heeft in de afgelopen jaren ruim 20 van dit soort coöperaties geholpen bij de opzet en heeft nu onderzoek gedaan naar de resultaten. Vrijwel alle coöperaties bestaan nog en zijn actief. Afhankelijk van een aantal omgevingsfactoren worden de leden ofwel geactiveerd, beginnen ze een redelijk deel van hun uitkering zelf te verdienen, of stromen ze zelfs uit naar een reguliere baan of zelfstandig ondernemerschap.

Hoe lopen de geldstromen?

De leden van de coöperatie ondernemen individueel of in groepsverband. De inkomsten komen binnen bij de coöperatie. Wat na aftrek van de kosten over blijft, wordt veelal gespaard voor opleiding of bedrijfsmiddelen van de deelnemers. Bij een aantal goedlopende coöperaties gaat een deel van het overschot terug naar de gemeente. Deze heeft hiermee een dubbel voordeel: geen verdere kosten voor re-integratie en een gedeeltelijke terugbetaling van de uitkering.

Succesfactoren liggen grotendeels bij de gemeente

Allereerst moet een gemeente ruimte scheppen aan uitkeringsgerechtigden om deel te nemen aan zo’n participatiecoöperatie, bijvoorbeeld door het opschorten van de sollicitatieplicht. Essentieel in de startfase is de mate waarin de gemeente mee zoekt naar geschikte kandidaten om deel te nemen in de coöperatie, en deze stimuleert met een vrijwilligersvergoeding. Daarnaast zijn de coöperaties die een gezamenlijk bedrijf hebben, zoals een restaurant of een fietsenwerkplaats, duidelijk succesvoller. De gemeente kan hier faciliteiten ter beschikking stellen. Tot slot heeft elke groep een bepaalde mate van begeleiding nodig, om te leren samenwerken en om ondernemersvaardigheden op te doen.

Tot drie jaar aanlooptijd, dan succes

Op basis van de onderzochte groep coöperaties lijkt het gemiddeld twee tot drie jaar te duren voordat de coöperaties succesvol worden. Door kennis en ervaring van bestaande groepen en gemeentes over te dragen naar nieuwe groepen en gemeentes, kan deze periode verkort worden. Daarmee ontstaat dan een nieuw instrument voor re-integratie en participatie.

Kijk voor het volledige onderzoek op www.cooperatieexpert.nl/pdf/Onderzoek-participatie.pdf.

Voor meer informatie neem contact op met Alfred Griffioen, 06-24776865.

Maatschap of vof: verschillen en aansprakelijkheid

Het grootste verschil tussen een maatschap en vof is de aansprakelijkheid van de leden. Die aansprakelijkheid is bij een maatschap beperkter, ook omdat een vof vaak gebruikt wordt voor een gezamenlijk bedrijf, waar leden in een maatschap vaker individueel werken.

Beide zijn samenwerkingsverbanden

Een maatschap en een vof zijn allebei overeenkomsten tussen ondernemers waarbij geen nieuwe rechtspersoon ontstaat. Dit is dus anders dan bij een BV of een coöperatie. Dat betekent dat de samenwerking ook niet failliet kan gaan: schulden kunnen rechtstreeks verhaald worden op de achterliggende maten of vennoten.

Deze aansprakelijkheid is het grote verschil tussen de maatschap en de vof:

  • Bij een vof zijn de vennoten ieder aansprakelijk voor de alle schulden van de vof. Dus ook de schulden veroorzaakt door een andere vennoot.
  • Bij een maatschap zijn de maten ieder aansprakelijk voor een gelijk deel van de schulden van de maatschap. Daarnaast kan een opdrachtgever er voor kiezen om een maat volledig aansprakelijk te stellen, als dat degene is aan wie specifiek de opdracht is verleend.

Er wordt ook wel aangegeven dat een vof een goede vorm is voor ‘bedrijfsbeoefenaren’, die dus bijvoorbeeld samen een winkel or productiebedrijf hebben, en de maatschap de vorm voor ‘beroepsbeoefenaren’, bijvoorbeeld tandartsen of advocaten. Bij een maatschap zal een opdrachtgever vaker een directe relatie hebben met een van de maten.

Beide worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel

Ook al is een vof of een maatschap feitelijk niet meer dan een overeenkomst, toch wordt deze ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dit maakt het mogelijk om onder een gezamenlijke handelsnaam actief te zijn. Voor opdrachtgevers en andere contractpartijen geeft dit ook de mogelijkheid om te zien wie bevoegd is voor welke handelingen.

Niet blij met de aansprakelijkheid? overweeg een coöperatie.

Als je niet al je activiteiten via de vof of maatschap doet, maar ook nog een deel rechtstreeks aan opdrachtgevers kunt factureren (vanuit een eigen eenmanszaak bijvoorbeeld) dan is een ondernemerscoöperatie een goed alternatief. Je kunt dan je ondernemersvoordelen houden en toch de aansprakelijkheid voor fouten van je mede-ondernemers grotendeels beperken. Lees meer…

Workshops over alle aspecten van samenwerken in een coöperatie

De Coöperatie expert organiseert regelmatig workshops over verschillende aspecten van de coöperatie. Hierin leggen we onderwerpen helder uit en beantwoorden we vragen van de deelnemers.

De groepsgrootte is maximaal 15 personen. Je kunt je via onderstaande links direct inschrijven.

Datum Onderwerp Stad
Donderdag 31 mei 2018 Samenwerken en afspraken maken in je coöperatie Amsterdam
Maandag 2 juli 2018 De coöperatie administratie en de fiscus Zwolle
Woensdag 12 september 2018 Sociaal maatschappelijke coöperaties Rotterdam
Dinsdag 30 oktober 2018 De coöperatie administratie en de fiscus Eindhoven
Maandag 10 december 2018 Omgaan met licenties en bescherming van je concept Amsterdam

Alle workshops starten om 19.30 u en duren circa twee uur. De kosten voor elke workshop zijn 75 euro excl BTW per deelnemer. Hieronder vind je de uitgebreide workshopbeschrijvingen.

Samenwerken en afspraken maken in je coöperatie

Eerstvolgende workshop: woensdag 31 mei 2018 in Amsterdam. Schrijf je hier in.

Je coöperatie is een samenwerkingsverband van meer of minder leden. Als je samen aan het werk gaat maak je afspraken over je logo, website, opdrachten, verdeling van taken en wellicht ook van winst.

Hoe jullie afspraken maken hangt af van jullie doel en van jullie ervaringen en achtergrond. Je kunt veel aan het bestuur over laten of de leden over alles laten meepraten. Je kunt beslissingen met meerderheid van stemmen nemen, in je eentje of bijvoorbeeld met consent.

Je kunt afspraken tot in detail voorbereiden of in een bijeenkomst laten ontstaan. Je kunt staand vergaderen, per email, in stilte of met strakke gespreksregels. Verdoe geen tijd aan te lang vergaderen. Geef ieder lid effectief zeggenschap met duidelijke rollen en gespreksregels tijdens jullie ledenvergaderingen.

De coöperatie administratie en de fiscus

Eerstvolgende workshop: maandag 2 juli 2018 in Zwolle. Schrijf je hier in.

Workshop Cooperatie expertEen coöperatie heeft als kenmerk dat deze zaken doet met met haar leden én met derden. Hoe regel je dat goed? In deze bijeenkomst gaan we in op de diverse contracten en overeenkomsten die je nodig hebt, en hoe je het administratief goed kunt regelen.

De focus van deze bijeenkomst ligt op de relatie tussen de coöperatie en de leden, en hoe de fiscus dat ziet. Hoe vertaal je afspraken met derden door naar de leden. En bij ondernemerscoöperaties: blijven de leden nog zelfstandig ondernemer volgens de wet DBA?

Sociaal maatschappelijke coöperaties

Eerstvolgende workshop: woensdag 12 september 2018 in Rotterdam. Schrijf je hier in.

Ons vertrouwen in grote organisaties en instellingen neemt de laatste jaren af. Wij willen (en moeten) meer zaken zelf regelen en zelf invloed hebben op de zaken die ons leven beïnvloeden. De coöperatie kan een antwoord zijn op vragen die uit de nieuwe ontwikkelingen in de samenleving naar voren komen.

In een coöperatie kun je, in een samenwerking met anderen, zelf verantwoording nemen en gezamenlijk activiteiten ontplooien die maatschappelijk relevant zijn. Zaken als gezamenlijk energie opwekken (in een energiecoöperatie), gezamenlijk de voorziening in je dorp of wijk in stand houden (in een maatschappelijke coöperatie) of samen met bewoners in je eigen buurt, collectief een onderneming opzetten (in een bewonerscoöperatie), soms met behoud van uitkering.

Mensen in een sociaal moeilijke situatie hebben beslist capaciteiten, maar omdat bepaalde vaardigheden onvoldoende ontwikkeld kunnen zijn of sociale aansluiting kan missen, zijn zij soms afhankelijk van anderen, of van een uitkering. Participatiecoöperaties leveren dan een oplossing, vaak met een subsidie of ondersteuning van een gemeente of maatschappelijke organisatie, maar soms ook volledig zelfstandig.

In deze workshop geven wij handvatten en bespreken we concrete voorbeelden met als doel om individuen en groepen te inspireren om sociale of maatschappelijke initiatieven vorm te geven in een coöperatie.

Omgaan met licenties en de bescherming van je concept

Eerstvolgende workshop: maandag 10 december 2018 in Amsterdam. Schrijf je hier in.

Bij initiatiefnemers van een samenwerkingsvorm zoals een coöperatie, staat altijd het enthousiasme over het samen delen en vermenigvuldigen voorop. Vaak hebben de oprichters van de coöperatieve samenwerking al een concept en een gezamenlijke naam die ze krachtig in de markt willen gaan zetten.

Soms is zo’n idee spontaan ontstaan, maar soms heeft één van de oprichters al langere tijd gewerkt aan een concept, of er wordt al gedurende enige tijd met de naam gewerkt, waardoor er al reputatie is ontwikkeld en een bepaalde (merk-) waarde is gegroeid. Dan is er sprake van intellectueel eigendom en is het verstandig om na te denken over het vastleggen hiervan.

Ook als er een gezamenlijk idee ontstaat, kun je vragen hebben over het vastleggen van de naam, het (beeld-) merk, het concept, het gebruik hiervan door je samenwerkingspartners en de vergoeding die hier mogelijkerwijs tegenover kan staan.

Wat zijn dan de verwachtingen van de coöperatie (leden) ten aanzien van de dienstverlening door degene die het concept ontwikkeld heeft en wat zijn de (kwaliteits-) garanties die de leden dan aan de initiatiefnemer moeten geven? Wat spreek je daarover af? Wat moet je vastleggen in een (licentie- of franchise) overeenkomst en hoe ga je om met licentie-vergoedingen of franchise-fees?

Voorkom dat je na de start-up conflicten krijgt over het concept, de merklicentie of het IP en stel al je vragen tijdens deze workshop!