Slicing Pie en de fiscale uitwerking in Nederland

Bij het Slicing Pie model krijg je als investeerder aandelen in het bedrijf waar je voor werkt al naar gelang het geld of de tijd die je erin steekt. Dit wordt maandelijks bijgehouden en al naar gelang hiervan wisselen de aandelenverhoudingen. Maar hoe pakt dit model fiscaal uit in Nederland?

In dit artikel

Het Slicing Pie model van Mike Moyer is een ideale tool voor start-up bedrijven om de aandelen (of andere zeggenschap en winstrechten) te verdelen naar rato van hoeveel elk van de founders en latere betrokkenen geinvesteerd hebben. Voor investeringen in geld is er geen probleem: deze komen rechtstreeks in de boekhouding. Investeringen in tijd zijn boekhoudtechnisch en fiscaal lastiger te verwerken.

Verschil tussen werk binnen een bedrijf en werken voor een ander bedrijf

Als je een eenmanszaak heb of vanuit een BV werkt waar je in dienst bent, dan zijn alle tijdsinvesteringen in productontwikkeling, marketing e.d. boekhoudtechnisch onzichtbaar. Je eenmanszaak of BV heeft nu gewoon wat minder omzet en als op termijn die omzet gaat groeien, dan betaal je op dat moment meer belasting. Bij een eenmanszaak heb je gewoon minder ‘inkomsten uit onderneming’ en bij een BV heb je je vaste DGA salaris, maar blijft er minder winst over.

Het wordt complexer als er meer partijen betrokken raken. Bijvoorbeeld omdat jij vanuit je eenmanszaak of persoonlijke BV werk doet voor een BV of coöperatie die je samen met iemand anders hebt opgezet. Voor het werk dat je doet moet betaald worden. Normaal stuur je daar een factuur voor, waarbij beide partijen de BTW verrekenen. Wat er betaald wordt geldt bij jou als inkomsten, waar je in box 1 of box 2 inkomstenbelasting over betaalt. Bij het bedrijf geldt die betaling als kosten, maar daar betaalt de fiscus maar heel beperkt belasting over terug.

Bij Slicing Pie is het idee dat je uitgekeerd krijgt in slices, aandelen of certificaten, ofwel: stukjes recht op de toekomstige winst van het bedrijf. Maar waar Slicing Pie geen rekening mee houdt is de (Nederlandse) fiscus: die ziet de ‘slices’ als een beloning in natura en rekent die terug naar een normaal uurloon en wil daar belasting over heffen. Dat geldt zowel voor werknemers als voor ondernemers die op deze wijze mee investeren, alleen heb je bij werknemers geen BTW verrekening.

Die BTW verrekening is op zich geen probleem, tenminste niet als alle betrokken partijen BTW-plichtig zijn. Wat de een betaalt mag de ander aftrekken.

En eigenlijk gaat het ook helemaal niet over hoeveel belasting je uiteindelijk betaalt. Wat het bedrijf aan de eenmanszaak of eigen BV betaalt, wordt gerekend als kosten. Als deze kosten leiden tot een boekhoudkundig verlies (bijvoorbeeld omdat je in de eerste jaren weinig inkomsten hebt) dan mag je deze tot zeven jaar daarna aftrekken van de winst. Zo middelt dat zich uit. Maar ten opzichte van een situatie in een eenmanszaak of binnen een BV betaal je wel eerder belasting dan anders. En juist dat is voor startende organisaties een probleem, deze moeten daardoor meer geld ophalen.

Nieuwe wet aandelenoptierechten regelt het voor medewerkers

De eerste vraag is of je full-time bezig bent met je investeringsproject of dat je dit doet naast ander ondernemerschap of een baan. Zeker als je het grootste deel van je tijd besteed aan de start-up dan heb je eigenlijk geen andere keus om daar in dienst te gaan, of je vanuit een eigen BV (waar je in dienst bent) te verhuren aan de start-up. De vergoeding die dan je vanuit de start-up aan je eigen BV betaalt wordt vaak een management-fee genoemd.

Zodra je meer dan 5% van de aandelen in de start-up hebt (wat als founder snel het geval is) of je verloont je vanuit je eigen BV (waar je vaak 100% van de aandelen hebt) dan ben je ‘aanmerkelijk belang houder’ en zodra je dan voor je ‘aanmerkelijk belang’ werkt dan moet je jezelf een ‘gebruikelijk loon’ uitkeren. Dit is zonder verdere afspraken met de belastingdienst momenteel € 48.000 per jaar, of 70% van wat iemand anders in die rol zou verdienen, als dat hoger is.

Van die € 48.000 euro betaal je zo’n € 16.000 aan inkomstenbelasting, en dat is dus geld dat uit je bedrijf verdwijnt. Je kunt wel afspraken maken met de fiscus dat dit loon lager mag zijn, maar dat geldt vooral voor start-ups die gebruik maken van de WBSO en voor werknemerscoöperaties, waar voor functies echt duidelijke CAO salarissen bekend zijn (bijvoorbeeld medewerkers die samen een schoonmaakbedrijf runnen).

In het Slicing Pie model krijg je aandelen voor investeringen in geld, of werk dat anders niet betaald wordt. Zodra je een salaris krijgt zijn veel van je werkzaamheden natuurlijk al betaald, dus krijg je automatisch minder aandelen. Maar ook de resterende aandelen worden in de inkomstenbelasting belast.

Er is nieuwe wetgeving in voorbereiding die mogelijk per 2023 in gaat en die regelt dat de belasting op aandelen(opties) verstrekt aan medewerkers uitgesteld mag worden tot het moment dat die aandelen verhandelbaar zijn. Dat is een grote stap voorwaarts, en geeft vooral flexibiliteit voor medewerkers die nog niet boven het 5% aandelenbezit uitkomen, die kun je dan voor een groot deel in aandelen betalen. Maar voor de founders en diegenen die ook boven de 5% uitkomen houd je de ondergrens van het gebruikelijk loon.

Wat zijn de opties voor zelfstandig ondernemers?

Hoe zit het met werkzaamheden die je doet voor een start-up naast je baan of naast je andere ondernemersactiviteiten, en waarvoor je betaald krijgt in slices, certificaten of aandelen? Of als je jezelf verloont vanuit je eigen (holding) BV? Als je strict de regels volgt dan moet je dat werk gewoon factureren, over die inkomsten belasting betalen en dan eventueel het netto bedrag of meer weer investeren in de start-up.

In veel situaties worden de slices wel ergens bijgehouden, maar zijn dit soort verschuivingen in aandelenverhoudingen niet zichtbaar in zowel de boekhouding van jou als van het bedrijf waarin je investeert. Jij boekt de slices niet als inkomsten, het bedrijf boekt het niet als kosten. Wanneer het bedrijf winst uitkeert, neem jij dat mee bij je ondernemersinkomsten.

Maar deze situatie wordt niet toegestaan omdat de fiscus de toegekende winstrechten als vergoeding ziet voor je werk, en meteen in dat jaar met jou daarover wil afrekenen. Dit terwijl het bedrijf op dat moment de kosten wel kan aftrekken, maar als er verder nog geen winst is dan leidt dit alleen tot extra verrekenbare verliezen, maar geen concrete teruggave van geld. Dus netto gaat er op dat moment geld naar de belastingdienst, wat pas terugkomt als het bedrijf winst maakt.

Er is een mogelijke uitweg, en dat is om investerende ondernemers niet te belonen in aandelen of certificaten, maar door de beloning voor hun werk als uitgestelde, resultaatafhankelijke kosten te zien. Dat is in het Nederlandse contractrecht en fiscale recht toegestaan, denk aan een makelaar die ook pas betaald krijgt als het huis verkocht en bij de notaris geleverd is. De ondernemer levert nu diensten en krijgt daarvoor een beloning in de toekomst die afhangt van de (verkoop)winst van de start-up. Voor de ondernemer zijn dit onzekere inkomsten die hij pas op het moment van ontvangst in mag boeken, en voor de start-up zijn het ook op dat moment pas kosten.

Het beloven van een winstafhankelijke beloning lijkt in redelijke mate op een Stock Appreciation Right zoals dat geldt voor medewerkers. Om weg te blijven van het idee om te belonen in aandelen(opties), zou het goed zijn om aan dit winstrecht geen zeggenschap te koppelen, en het recht ook niet overdraagbaar te maken. Het is dus gekoppeld aan de specifieke ondernemer of onderneming die de investering heeft gedaan.

Bijhouden en verrekenen van investeringen in tijd en geld

Hoe kun je dit in de praktijk laten werken? Want de vergoedingen aan degenen die investeren in tijd moeten in lijn zijn met de vergoedingen aan degenen die geld inbrengen.

Ieders inbreng moet worden omgezet in een gemeenschappelijke noemer. Maar laten we daar een onderscheid in maken:

  • Wie tijd inbrengt krijgt daarvoor punten, bijvoorbeeld 1 punt per € 1000 aan gewerkte uren (wat 20 uren kunnen zijn à € 50 maar ook 10 uren à € 100).
  • Wie geld inbrengt krijgt daarvoor certificaten, bijvoorbeeld 1 certificaat per € 1000.

De punten geven dan recht op een deel van het operationele bedrijfsresultaat. Je moet dit bedrijfsresultaat dan definiëren als de winst zonder dat daar al de vergoedingen aan de puntenhouders vanaf zijn gegaan. Van dat operationele bedrijfsresultaat keer je vervolgens eerst uit aan de puntenhouders:

Uitkering aan A = Operationele winst x Punten van A / (Alle punten + alle certificaten)

Al deze uitkeringen gelden boekhoudkundig als kosten. Zodra deze zijn verrekend houd je dan de boekhoudkundige winst over. Die winst verdeel je dan als volgt:

Uitkering aan C = Boekhoudkundige (netto) winst x Certificaten van C / Alle certificaten

Daarmee is dan alle winst uitgekeerd. Als je maar een deel van de winst wilt uitkeren, dan moet je daar een percentage op loslaten wat voor de puntenhouders en certificaathouders hetzelfde is.

Bij de puntenhouders is de uitkering belast als inkomsten uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Deze wordt in de meeste gevallen rond de 40% belast. Bij de certificaathouders betaalt de start-up eerst vennootschapsbelasting en de certificaathouders vervolgens (bij uitkering aan privé) aanmerkelijk belang belasting, wat vaak ook uitkomt rond de 40%.

Eventueel kun je de start-up het recht geven om na verloop van tijd de contracten met de puntenhouders af te kopen en deze in te wisselen voor certificaten. Dit is dan bij de start-up een éénmalige kostenpost, dus het is alleen nuttig om te doen als er al winst wordt gemaakt en het de belastingdruk direct verlaagt.

Oplossen van het verschil in zeggenschap

Zoals aangegeven lijkt het verstandig om een duidelijk onderscheid te maken tussen de verlate winstafhankelijke beloning voor degenen die tijd inbrengen en de certificaten die worden uitgegeven aan de investeerders in geld. Het hebben van zeggenschap is hierbij een belangrijk aspect.

Dat hoeft volgens mij niet een enorm probleem op te leveren. Er zijn nauwelijks founders die alleen maar tijd investeren en helemaal geen geld. De meeste founders zullen op die manier toch zeggenschap krijgen en kunnen bij de start zichzelf tegen een gunstiger koers certificaten toekennen.

Ik heb het overigens over certificaten omdat ik ervan uitga dat de start-up wordt ondergebracht in een coöperatie. In tegenstelling tot een BV is het bij een coöperatie gemakkelijk om steeds kleine plukjes certificaten (als equivalent van aandelen) uit te geven zonder tussenkomst van een notaris. Dat is op zich ook mogelijk door middel van een STAK, maar die heeft minder flexibiliteit in de zeggenschap.

Bij een coöperatie is het namelijk mogelijk om het aantal stemmen per certificaat te laten variëren met het ledentype. De founders kunnen daarmee de meerderheid van stemmen houden, ook al worden er later beduidend meer certificaten uitgegeven aan financiële investeerders. En je kunt bijvoorbeeld regelen dat die zeggenschap alleen maar geldt zolang iemand actief betrokken of werknemer is.

Als er relatief veel geïnvesteerd wordt in tijd en het belangrijk is om de puntenhouders ook een stem te geven, dan is het zelfs mogelijk om deze groep in de algemene ledenvergadering een minderheidstem te geven.

Verdere uitwerking van het concept

Wat hierboven staat is een eerste opzet, om bij een beperkte groep mensen te toetsen op haalbaarheid en werkbaarheid. Met name de overeenkomst met de puntenhouders zal moeten worden uitgewerkt, de winstverdeling onder de certificaathouders, en het algehele Slicing Pie principe is al uitgewerkt binnen ons concept van de start-up coöperatie.

Deel dit artikel

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on telegram

Algemene vraag?

Andere relevante artikelen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    beveiligd met reCAPTCHA Privacy - Voorwaarden

      beveiligd met reCAPTCHA Privacy - Voorwaarden