Voor zelfstandigen (freelancers, ZZP’ers) die lid zijn van een coöperatie, verandert de voorlopige opzet van de nieuwe Zelfstandigenwet het volgende:
Situatie voor coöperatieleden
- Onafhankelijkheid en ondernemersrisico
- De wet benadrukt dat zelfstandigen onafhankelijk moeten zijn, ondernemersrisico’s moeten dragen en hun werk zelf moeten organiseren. Leden van een coöperatie moeten dus aantonen dat zij daadwerkelijk zelfstandig opereren, ook als zij via de coöperatie opdrachten uitvoeren.
- Toetsing via nieuwe criteria
- De wet introduceert twee toetsen:
- Zelfstandigentoets: Richt zich op de persoon van de zelfstandige, ongeacht of deze via een coöperatie werkt.
- Werkrelatietoets: Beoordeelt de mate van vrijheid, onafhankelijkheid en het ontbreken van gezag binnen de opdracht. Ook voor coöperatieleden geldt dat zij niet onder gezag mogen werken.
- De wet introduceert twee toetsen:
- Veilige haven
- Als coöperatieleden aan de criteria voldoen, biedt de wet zekerheid dat zij als zelfstandige kunnen werken, ook als zij opdrachten via de coöperatie aannemen.
Impact voor coöperatieleden
- Meer duidelijkheid
- Coöperatieleden krijgen vooraf zekerheid over hun status als zelfstandige, mits zij voldoen aan de nieuwe criteria.
- Beperking schijnzelfstandigheid
- De wet voorkomt dat leden van een coöperatie onbedoeld als schijnzelfstandige worden aangemerkt, zolang zij daadwerkelijk zelfstandig werken.
- Verantwoordelijkheid
- Leden moeten hun ondernemersrisico’s goed regelen, bijvoorbeeld door eigen verzekeringen en voorzieningen te treffen, ook als de coöperatie bepaalde zaken faciliteert.
Kortom: de nieuwe wet biedt coöperatieleden meer rechtszekerheid, zolang zij daadwerkelijk als zelfstandige opereren en niet onder gezag werken. De coöperatievorm op zich is geen garantie voor zelfstandigheid; het gaat om de feitelijke invulling van het werk en de relatie met opdrachtgevers.
Vervolgstappen
Het kabinet wil dit wetsvoorstel zo snel mogelijk verder brengen. Eind september 2026 biedt het kabinet het wetsvoorstel aan voor uitvoeringstoetsen. Gelijktijdig start een (tweede) internetconsultatie, evenals een (tweede) toets door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR).
Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk daarna bij de Raad van State in te dienen. De behandeling in Tweede en Eerste Kamer is voorzien in 2027, zodat het wetsvoorstel op 1 januari 2028 in werking kan treden.